Schrijfwedstrijd 2017 verhalen

De vijf genomineerde verhalen

Afgelopen weken hebben schrijvers hun verhaal met het thema ‘Samen’ kunnen inzenden om mee te dingen naar de hoofdprijs van de WAK Schrijfwedstrijd. Scroll naar beneden om de verhalen te lezen.

Uit alle inzendingen heeft de vakjury de volgende 5 verhalen genomineerd:

1. Alleen wij samen – R. Ryckoort – Winnaar juryprijs

2. Schaduwbeeld – Doortje Stam

3. De Afslag – Linsey Knol

4. Samen – Andrea Bos

5. Omar en zijn trouwe vriend – Yasmin Haidar Khalaf – Winnaar publieksprijs

Verhaal 1: Alleen wij samen – R. Ryckoort – Winnaar Juryprijs

Hier sta ik dan met ontbloot bovenlijf… En hangende borsten. Twee verlepte stukken huid, ontdaan van vrouwelijke trots. Verloren speelsheid… Niet dat Gerard er ooit iets van zegt. Uiteindelijk is niks nog wat het ooit was. Is alles anders. Ook zijn handen. Naar mijn gezicht kijk ik niet. De spiegel zou niets verbergen. Ik weet wat er te zien is. Elke rimpel, elk litteken, elk vlekje vertelt dat ik geleefd heb. Lang geleefd. Lang genoeg om de vergane glorie te aanvaarden. Of zoals hij zegt om terug te reizen naar mijn meisjesjaren.

Ik zucht. Wat doet ik hier ook alweer?
Met bevende hand pak ik de waslap van de lavabo. Ik wrijf traag over mijn gezicht. De droge stof schuurt. Er ontbreekt iets. Aarzelend glijden mijn ogen over de dingen onder de spiegel. Er staan maar weinig spulletjes. Wat moet ik nu? Dat blauwe flesje, dat is toch wat Gerard altijd gebruikt?

Waar blijft hij trouwens? We doen toch gewoonlijk alles samen? Sinds kort ook het wassen. Mijn Gerard draagt sindsdien weer zijn slagersschort, maar nu onberispelijk schoon, zonder vlekken van de geslachte beesten. Het staat hem zo charmant. Zo knap met zijn donkere haren en zijn groene ogen.
Weifelend pak ik het flesje, haal het dopje eraf en spuit een toef zeep op mijn hand. Net als ik het schuim wil opbrengen, wordt de deur geopend. Een koude rilling trekt over mijn rug. De jonge vrouw glimlacht.

“Martha, lukt het? Oh, neen! Dat is scheerschuim! Wie heeft er die fles op jouw kamer gezet? Hoe stom kunnen ze zijn?”
Ik begrijp er niks van. Wat moet die vrouw hier? En wat doet zij met Gerards slagersschort aan? Waar blijft Gerard verdomme? Waarom grijpt die meid mijn arm vast? Wat denkt ze wel?
“Kom Martha, dat maken we snel even in orde.”
Oh, neen, dat maken we niet in orde. Ik wil Gerard. Als die meid denkt zich met mij te bemoeien… Met wat moeite veeg ik het schuim op haar arm. Probeer me dan uit haar greep te bevrijden.
“Toe Martha, wees eens lief. Ik wil je alleen maar helpen…”
“Ik hoef je hulp niet! Ik wil Gerard! … Gerard! Gerard! Help mij, Gerard!”
Ik schreeuw de longen uit mijn borstkas. Hij moet me horen nu.
Een ogenblik later staat hij er. In het zelfde slagersschort als de vrouw. Is zij een hulpje misschien? Dat wist ik niet.

“Dag Martha, ik ben er.”
“Ze denkt dat je haar echtgenoot bent, niet?” zegt het hulpje.
Gerard glimlacht en knipoogt.
“We hebben het samen altijd goed kunnen vinden, Martha en ik. We kennen elkaar al een poosje… laat ons maar begaan…”

Zie je wel, echt mijn Gerard. Twee zinnen uit zijn mond en de jonge vrouw druipt het af.

Vol vertrouwen laat ik het waslapje over mijn gezicht glijden, over mijn armen, over mijn slappe borsten.

Ik ben gelukkig met Gerard, alleen wij samen…

Verhaal 2: Schaduwbeeld – Doortje Stam

Gekreukt zijn jouw schriften, door het veelvuldige lezen. Vergeelt ook door de tijd. Een paar dagen geleden kwam ik ze weer tegen, de onderste laag, in een nagelaten doos. Daar bovenop verschillende foto’s van velen die ik niet gekend heb, meestal zwartwit en plechtig poserend. Tastend gaan mijn vingers over de contouren van jouw foto. We lijken niet sprekend op elkaar, hebben wel dezelfde trekken; de vorm van onze neus, gelijke oren maar verschillen van haar. Wat wij samen delen is één naam.

Ik blader weemoedig in je geschiedenisschrift en lees overeenkomsten, gelijke interesses. Soms schrijf je in dichtvorm, ik zou wel willen weten was dit opgedragen? Jouw handschrift is bijna gelijk aan die van onze moeder, sierlijk en schuin op de lijn. Jouw tekeningen, ze lijken zo speels en ogen heel kleurrijk, maar missen een vervolg doordat de tijd stil kwam te staan.

Hoe jij was – lief en vriendelijk – ergens onbewust, wilde ik zo niet zijn. Niet om jou, ik luisterde graag naar die verhalen, over wat je kon en wat je allemaal deed, het was denk ik meer de angst die ik opving. Stel dat ook ik … Het veranderde toen jouw leeftijd voorbij ging, met een jaartal dat jij voor altijd hebt behouden.
Na mijn twaalfde verjaardag verdwenen de meeste vergelijkingen voor mij.

Jaren duurde het voordat ik begreep dat een schaduw verschillende vormen kan en mag hebben. Want, al ben ik in jouw schaduw geboren, ik was gewenst en werd in spanning verwacht. Al groeide ik op naast jouw foto, ik werd gekoesterd en het verdriet werd verzacht.
Toen brak voor mij de tijd aan, dat ik besefte hoe intens ik je miste, al heb ik nooit gekend.

Verhaal 3: De Afslag – Linsey Knol

Donna had de nogal vreemde eigenschap om eten in haar jaszak te bewaren. Dan had ze, als ze onderweg honger kreeg, altijd iets om op te knagen. Vandaag had ze kipnuggets meegenomen. Die waren koud ook lekker.
De sterrenloze hemel wierp zich als een donkere laken over de straat, klaar om mogelijke confrontaties te verhullen. De wereld was volledig stil, op het geluid van Barts auto na. Donna liep nu al twintig minuten. Haar voeten knelden en ze had vocht in haar knieën, maar ze bleef vastberaden lopen. Zo ging het altijd als ze ruzie had met Bart. Zij liep woedend weg en Bart volgde, totdat ze ergens een zijstraatje in dook en onvindbaar werd. Radeloos zou Bart huiswaarts keren, om in bed op haar te wachten. Ze zou hem extra lang laten wachten deze keer. Had hij maar geen opmerking moeten maken over haar onflatterende legging.
Het zou niet lang meer duren voordat Bart Donna ging verlaten voor een jonger, blonder exemplaar zonder striae en cellulitis. Ze wist nog niet of ze daar verdrietig om moest zijn. Je had van die relaties waarin de liefde tussen twee mensen op een gegeven moment gewoon doofde. Dan bleef er enkel een warme vriendschap over. Maar de enige warmte die Donna momenteel voelde, was afkomstig van de urine die zich langzaam verspreidde in haar incontinentieslip.

Bart zag Donna’s silhouet op zo’n twintig meter afstand. Dat was ook niet te missen, aangezien haar kont de omvang had van Saturnus. Het was twintig jaar geleden dat hij haar leerde kennen op een verjaardag. Hij had er nog altijd spijt van. Vanaf het begin was samen zijn met Donna als een relatie met een wesp: je wist nooit wanneer je de doodsteek kreeg. Ze was zo beschimmeld als de boterhammen die Bart altijd in haar jaszak vond. Ze was het monster in zijn kast, een piranha die hapte op een onbewaakt moment.
Het pad dat Bart met Donna bewandelde was destructief. Bart had geen idee wie de tocht zou overleven. Elke afslag naar een beter leven had hij gemist. Ook nu keek hij hoopvol om zich heen. In zijn gedachten doemde het gezicht op van een knap 25-jarig meisje. Het was Esmee, die hij kende van de volleybalvereniging. Hij wist dat zij geen kaasstengels bewaarde in een sok onder haar bed.
Donna was inmiddels uit het zicht verdwenen. Bart begreep dat het tijd was om naar huis te gaan. Tegelijkertijd wist hij dat de afslag naderde. Was het te laat om die alsnog te nemen?

Donna was erg tevreden met zichzelf. Barts auto stond netjes geparkeerd op de oprit. Ze had wederom de strijd gewonnen. Morgen zou ze een bosbessenmuffin kopen om het te vieren. Eenmaal thuis trok ze haar gezondheidssandalen uit, poetste ze haar tanden en opende ze de deur naar de slaapkamer op een extra luide manier. Haar ogen werden wijd en in haar nek verschenen grote, rode vlekken.

Het was kwart over vier ’s nachts. Het bed was leeg.

Verhaal 4: Samen – Andrea Bos

Bijna vanaf het begin, een stel. Net een eeneiige tweeling. Gelijk maar toch ook tegengesteld. Was de een links dan was de ander rechts en was de een rechts dan was de ander zeer zeker links. Samen bergen beklommen en door diepe dalen gegaan. Samen de elementen getrotseerd. Soms gestopt om verder te kunnen. Waar de een ging, ging de ander. En zo niet lagen ze wel in elkaar opgerold. Het was echt voor niemand een verrassing dat zij uit de kast kwamen. Af en toe waren ze elkaar even kwijt. Maar dan was ik er om hun weer bij elkaar te brengen. Geregeld was er een opfrisbeurt nodig. Dan hingen zij ergens uit om later weer samen door een deur te kunnen. Anders zou het maar gaan stinken. Maar nu is er nog maar één. verlaten, zo goed als nutteloos. Heel misschien is er nog een toekomst als poetshulp. Het slachtoffer geworden van het grote mysterie.

Weer is er een sok verdwenen in de bermudawasmachine.

Verhaal 5: Omar en zijn trouwe vriend – Yasmin Haidar Khalaf – Winnaar publieksprijs

Omar is een Syrische muzikant. Hij woont in Syrië en Syrië woont in hem. Zijn vader is een luitenbouer. Muziek stroomt als bloed door zijn hele lijf. Al als kleine jongen neemt hij de luit, die door zijn vader is gemaakt, altijd met zich mee en speelt zijn melodiën onder de vijgeboom in zijn dorp. Het dorp ligt aan de voet van een berg. Onder de dreiging van de oorlog is de luit tot een wapen van zijn hart geworden die hij met passie blijft bespelen. Hij gaat het gevecht aan met het geweld en het oorlogslawaai.Hij wil het overstemmen met zijn muziek

Als hij diep in de nacht na een bezoek aan een vriend teruggaat naar huis wordt hij vele malen gecontroleerd bij wegblokkade’s. Welke partij die blokkade bemant, moet hij afwachten , maar meestal is de luit zijn paspoort en kan hij verder. Maar bij de laatste wegblokkade wordt hij toch opgepakt vanwege zijn naam Omar . Zowel de naam Omar als zijn achternaam staan op de zwarte lijst. Ze denken dat de luit slechts een dekmantel van een extremist is , om hen te misleiden .Ze slaan de luit kapot.

Omar is getraumatiseerd door de moord op zijn instrument “zijn beste vrind”. Onderweg naar de gevangenis komt een andere gedachte op in zijn hoofd. Ook in 1988 werd hij bij de Libanese grens opgepakt door Christelijke milities vanwege zijn naam . Omar is eigenlijk een moslimnaam. In die periode was er burgeroolog in libanon en verschilende groeperingen vochten tegen elkaar. De mannen richtten het geweer op zijn borst en hij moest bewijzen dat hij toch een christen is . Hij zei met trillende stem :”jullie krijgen straks spijt wanneer jullie ontdekken dat ik toch een christen ben.” Ze vroegen hem daarna om het “Onze Vader” te bidden. Na het gebed waren de militie-leden nog niet 100% overtuigd . “Bel dan mijn vriend Daniël waar ik naar toe ga en vraag hem naar mijn geloof.” Aan dit voorval moest hij denken.

Vader, waarom heb je mij deze naam gegeven? Voor de tweede keer brengt hij me ongeluk. In dit land van chaos weet je niet eens dat ik vastzit en waar.

Naast de cel waar hij in is gegooid , staat in het kantoortje van de bewaker de TV aan en wordt door een zangeres een lied gezongen, waarvan de melodie door Omar geschreven is. Omar bespeelt in de video-clip de luit. Het is een ode aan Damascus. Tranen wellen op in zijn ogen, nu zijn “dode vriend” hem mogelijk zou kunnen redden. Ondanks de vermoeidheid van nachtenlang niet slapen en slecht eten , schreeuwt hij met alle kracht die nog in hem is : “Ik ben dat, ik speel in die clip, ik ben geen terrorist maar muzikant!” De bewakers herkennen hem op de clip en informeren daarna hun meerdere. De volgende dag wordt hij met excuses vrij gelaten.

Lot of noodlot bepaalt of het een kogel wordt of een excuus.

Dankbaar is hij voor de luit die hij van zijn vader gekregen heeft. Kort daarna geeft zijn vader hem een nieuwe, en daarmee groeit het besef dat de luit hem aanspoort om door te gaan met spelen van zijn vredesmuziek in dit door oorlog geteisterde land.